liSO STAAT VAN GELDLEENINGBN TEN LASTE VAN HET GEMEENTELIJK GRONDBEDRIJF. 5'A Vh 4 Va 4 Va 4 Va 1 i 1 COMPLEX I. COMPLEX III. COMPLEX IV. Volgnummer Restant der leening op 1 Januari 1935. In 1935 gesloten leeningen. Rente- voet Rente 1935. Aflossing 1935. Restant der leening op 1 Januari 1936. Restant der leening op 1 Januari 1935. c.q. nieuwe leening. Rente 1935. Aflossing 1935. Restant der leening op 1 Januari 1936. Restant der leening op 1 Januari 1935. Rente 1935. Aflossing 1935. Restant der leening op 1 Januari 1936. Restant der leening op 1 Januari 1935. c.q. nieuwe leening. Rente 1935. Aflossing 1935. Restant der leening op 1 Januari 1936. i f 23.945— 4 f 1.002.70 f 1.620.— f 22.325— f 23.945— f 1.002.70 f 1.620. f 22.325— 2 159.738— 8.386.25 6.144— 153.594— f 127.705— f 6.704.52 f 4.912— f 122.793— 32.033— 1.681.73 1.232 30.801 2a 157.215— 4 5.177.68 61.44 63.454— (achter 93.761 itallig 1933 ei 125.689.— 1934) 4.139.40 49.12 50.730— 74.959— 31.526— 1.038.28 12.32 12.724. 18.802— 3 106.209— 4 4.248.36 2.470— 103.739— 39.928 - 1.597.12 929— 38.999— f 5.803.- f 232.12 f 135— f 5.668— 60.478— 2.419.12 1.406. 59.072— 4 20.700— 1.600. 19.100. 20.700— 1.600— 19.100— 5 18.867— 4 817.23 410. 18.457— 18.867. 817.23 410— 18.457. 6 158.033.09 7.424.98 3.435.50 154.597.59 88.636.43 4.164.47 1.926.88 86.709.55 36.708.14 1.724.68 798— 35.910.14 32.688.52 1.535.83 710.62 31.977.90 7 8 95.000— 11.268. 4.275— 507.06 2.500— 297— 92.500— 10.971.— 55.248.28 11.268— 2.486.17 507.06 1.454. 297— 53.794.28 10.971. 39.751.72 1.788.83 1.046— 38.705.72 9 6.679. 298.58 176. 6.503— 6.679— 298.58 176— 6.503— 10 f 34.696.— 4 867.40 1.039.— 33.657— 27.739— 693.48 831.— 26.908.- 6.957— 173.92 208— 6.749— 11 26.224— 4 655.60 785— 25.439— 20.965— 524.12 627— 20.338.- 5.259— 131.48 158— 5.101 f 757.654.09 f 60.920— I I I If 33.722.28 j f 83.930.50j f 734 643.59 I f 449.529.43jf 18.689.46 f 60.365.88 f 389.163.55 f 115.706.42 f 5.248.61 f 2.860— f 112.846.42 f 253.338.24 f 9.784.21 f 20.704.62 f 232.633.62 OPMERKING. De leeningen nos. 2 en 2a waren per 1 Januari 1932 resp. groot f 178170 en f 169626 en gaven een rente van 43/4 Van de leening no. 2 werd per 1 Juli 1932 f 172026 geconverteerd in een 5'/4 leening. Door een misverstand werd aangenomen, dat deze leening per 1 Januari 1932 ook f 172026 bedroeg en de leening no. 2a f 6144 meer, namelijk f 175770. In 1935 is dit abuis hersteld en de over 1933 en 1934 te weinig betaalde rente (jaarl. 1/2 van f 6144) alsnog aan de gemeente uitgekeerd. Leening no. 4 is het renteloos provinciaal voorschot voor de ophooging van het Coenenspark.

Periodiekenviewer van Erfgoedcentrum Zutphen

Jaarverslagen gemeente Zutphen | 1935 | | pagina 243